Open Monumentendag
WELKOM BIJ DE VOORMALIGE LUTHERSE KERK
Gebouwd in een schuilkelder in 1618 en 400 jaar lang in gebruik geweest door de Lutherse kerkgemeenschap.
De voormalige Lutherse kerk heeft een grote mysterieuze historie. Hieronder ontdek je een paar bijzondere verhalen achter deze schitterende plek.
Welkom Thuis!
De voormalige Lutherse kerk heeft een grote mysterieuze historie. Hieronder ontdek je een paar bijzondere verhalen achter deze schitterende plek.
Ontek de geheimen van de Lutherse Kerk
ICF Leiden
Elke zondag is De Kerk de thuislocatie van ICF Leiden. Een kerk in de hartslag van deze tijd, waar iedereen van harte welkom is.
Elke zondag
11.00 + ICF Kids (0-12 jr.)
19.00 Sunday Night (12-35 jr.)
Meer informatie via icf-leiden.nl
Schuilkelder
De Lutherse kerk wordt ook wel een schuilkerk genoemd. Maar wat is een schuilkerk eigenlijk?
De lutherse godsdienst kwam in de Noordelijke Nederlanden pas werkelijk op gang na de inname van Antwerpen in 1585 door de Spanjaarden. Veel protestanten, waaronder ook Luthersen, vluchtten naar de Noordelijke Nederlanden. Ook in Leiden ontstond een lutherse gemeente. Deze gemeente behoorde tot een van de grotere in de Republiek en was zeker niet armlastig. Toch bleken voor de financiering van de bouw collecte reizen in Duitsland en impulsen van de internationale lakenhandel nodig. Ook werden studenten34 die uit Duitsland en de Scandinavische landen kwamen om een bijdrage gevraagd.
Na de reformatie in Nederland, tussen 1520 en 1585, werd het protestantisme/calvinisme de officiële publieke religie in de Republiek der Nederlanden. Andere religies werden dan eigenlijk ook niet geaccepteerd, maar wel gedoogd. Veel van die religies zoals katholieken, lutheranen en doopsgezinden moesten vanaf dat moment samenkomen in geheime of verscholen plekken, zoals schuren, pakhuizen en zolders.
Soms bouwden Lutheranen of doopsgezinden wel nieuwe kerken, maar deze mochten niet direct aan de straat staan, want dat was alleen weggelegd voor de protestantse kerken. Daarom werden ze vaak verscholen achter woonhuizen, zodat ze niet direct zichtbaar waren.
De Lutherse kerk in Leiden is als schuilkerk gebouwd in 1618 achter enkele huizen aan de Hooglandse Kerkgracht. Via een van deze huizen was het kerkgebouw toegankelijk door middel van een poort. De kerk was dus vanaf de straat niet zichtbaar en mist daardoor de karakteristieke verschijningsvorm zoals bij de lutherse kerken van Zaandam en Hoorn. Dit heeft te maken met het vroege bouwjaar van 1618 ten opzichte van de latere voorbeelden te Zaandam en Hoorn die zijn gebouwd in een periode dat de luthersen geen tegenwerking meer ondervonden en vrijer hun godsdienstoefeningen mochten houden.
Die huizen voor de kerk zijn weg en hebben plaatsgemaakt voor de tuin en daarmee ook de kerk weer zichtbaar geworden vanaf de straat.
Maarten Luther
Maarten Luther was de grondlegger van de leer van de Lutheranen en één van de personen die de reformatie op gang heeft gebracht. Een keerpunt in de reformatie was het spijkeren van zijn 95 stellingen aan de kerk in Wittenberg, Duitsland, op 31 oktober 1517.
Luther bekritiseerde de aflaatpraktijken van de Rooms-Katholieke Kerk, waarbij mensen geld betaalden om zonden vergeven te krijgen. Luther wilde een debat over de leer van de kerk en de Bijbel starten, niet meteen een nieuwe kerk oprichten.
Zijn belangrijkste punten:
- Verlossing komt door geloof alleen – Geld of goede werken kunnen de zonde niet vergeven.
- De Bijbel als hoogste gezag – De schrift is leidend, niet de paus of tradities.
- Kritiek op aflatenhandel – Het idee dat men zonden kon “afkopen” met geld is volgens Luther verkeerd.
- Bekering en innerlijk geloof belangrijker dan uiterlijke rituelen – Het hart van de mens telt meer dan ceremonies.
De stellingen van Maarten Luther verspreidden zich razendsnel door de drukpers. Het leidde tot een kerkelijke scheuring en de geboorte van de Lutherse Kerk en later andere protestantse bewegingen. Het werd het begin van de Reformatie in Europa.
Gans & Zwaan
Zonder dat Maarten Luther (1483–1546) het wist, sprak hij over dezelfde dingen als Johannes Hus (1372–1415), die een eeuw eerder leefde. Luther kende Hus aanvankelijk niet goed, maar tijdens debatten (bijvoorbeeld in Leipzig, 1519) werd hij door zijn tegenstanders vergeleken met Hus. Later zei Maarten Luther zelf: “Wij allen zijn Hussieten zonder het te weten.”
Johannes Hus, Tsjechische theoloog en predikant in Praag, werd beïnvloed door de Engelse hervormer John Wycliffe. Bekritiseerde de rijkdom en macht van de kerk, de handel in aflaten en riep op tot hervorming van de kerk naar Bijbels model. Hij legde veel nadruk op de autoriteit van de Bijbel boven kerkelijke traditie. Werd op het Concilie van Konstanz (1415) als ketter veroordeeld en levend verbrand. Zijn volgelingen vormden de Hussieten Beweging, die in Bohemen (nu Tsjechië) eeuwenlang invloedrijk bleef.
Zoals gezegd mocht Johannes Hus zich op een concilie verdedigen. Echter zonder dat een fatsoenlijk proces heeft plaatsgevonden, wordt Hus veroordeeld en gedood door de brandstapel (1415). Maar voordat Hus stierf, riep hij uit: “Vandaag zult u een magere gans braden, maar over honderd jaar zult u een zwaan horen zingen die u niet zult kunnen braden en die zich met geen val of net door u laat vangen”.
Hus betekent ‘gans’ in het Tsjechisch. De zwaan verwijst naar hervormer Maarten Luther die 100 jaar na het sterven van Hus onbedoeld ingrijpende veranderingen in kerk, politiek en samenleving veroorzaakt. Nog steeds is de zwaan het symbool van Luther/het Lutheranisme en treft men het veelvuldig aan in lutherse kerken. Zo ook in de voormalige schuilkerk te Leiden:
- geelkoperen zwaan als lezenaar
- een in hout gesneden zwaan op de orgelkas
- een met bladgoud vergulde zwaan op het torenkruis
- in het glas-in-lood
Orgel
Het orgel is in 1672 als tweedehands orgel aangeschaft en staat op de oostelijke galerij van 1660. Het orgel is in de jaren 1788-1790 door Andries Wolfferts te Rotterdam vermaakt tot een nieuw orgel waarbij gebruik gemaakt is van de oude orgelkas (deel van de hoofdwerkkas) en oud pijpwerk. In het huidige orgel is oud pijpwerk uit de 16e en de 17e eeuw verwerkt. Van het 17e eeuwse pijpwerk is een aanzienlijk deel van zowel Apollonius Bosch als ook van Duyschot.
Het orgel heeft diverse reparaties en veranderingen ondergaan en in 1965 heeft een restauratie plaats gevonden door Jac. v.d. Linden naar de inzichten van die tijd. Over deze inzichten was de rijksadviseur voor orgels, dr. H.L. Oussoren, niet te spreken. Hij is van mening dat het orgel door de restauratie ernstige gevolgen heeft gehad. De inhoud van de brief van zijn hand, de dato 27 mei 1967, luidt als volgt:
‘Aan bovengenoemd orgel, gebouwd in 1789 door de orgelmaker A. Wolferts en geplaatst in bijzonder aantrekkelijke kassen, zijn onlangs ingrijpende werkzaamheden verricht. Na informatie is mij gebleken dat het instrument helaas niet voorkomt op de voorlopige lijst van Monumenten. Bedoelde werkzaamheden hebben voor dit m.i. belangrijke orgel ernstige gevolgen gehad. Na ingesteld onderzoek is namelijk gebleken dat het dispositiewijzigingen heeft ondergaan terwijl het pijpwerk, o.a. door opsnedeverlaging, in zijn klankgeving ingrijpend is gewijzigd. De werken zijn uitgevoerd door de
firma Van der Linde, onder advies van de heer A. Blankenstein, organist van de Pieterskerk te Leiden. Het gehele orgel is in neo-barokke zin gewijzigd, waarbij de oorspronkelijke conceptie geheel uit het oog is verloren. Het heeft mij bevreemd, hoewel ik in een vroeger stadium reeds met het kerkbestuur contact heb gehad, dat op deze wijze met dit orgel is gehandeld. Ik meende er goed aan te doen U van dit feit in kennis te stellen.’
Het huidige orgel heeft 27 stemmen die zijn verdeeld over twee klavieren (hoofdwerk en rugwerk) en een vrij pedaal.
Rembrandt van Rijn
De schilderingen aan de westelijke balustrade (boven de toegang naar de kerkzaal) van de Lutherse kerk, zijn aangebracht in 1640. Het zijn negen paneelschilderingen uit 1640 door Joris van Schooten(1587-1652). De galerij dateert eveneens uit 1640. Van de negen panelen zijn er vier door Joris van Schooten gesigneerd, nr. 3, 4, 8 en 9. Mogelijk dat de andere vijf schilderingen eveneens uit zijn atelier kwamen en zijn geschilderd door leerlingen van Van Schooten. Maar dat is niet duidelijk.
Joris van Schooten zou de leraar zijn geweest van Coenraed van der Maes Avenrode en ook de leraar van de schilders Jan Lievens (rivaal van Rembrandt van Rijn), Abraham van den Tempel en, volgens Simon van Leeuwen, zelfs van Rembrandt van Rijn.
De schilderijen aan de balustrade van links naar rechts zijn Bijbelse voorstellingen.
- Adam en Eva
- De blijde boodschap aan Maria
- Aanbidding van de herders
- De Kruisiging
- De Kruisafname
- De Opstanding
- De Hemelvaart
- Het laatste Oordeel
- De Hemelse Zaligheid
Kansel
De huidige preekstoel, geplaatst in 1986, verving de eerdere preekstoel. Het is een neo-barokke preekstoel uit het midden van de 19e eeuw, afkomstig uit de streek rond Tongeren (België). Tijdens de restauratie van de Hooglandse Kerk heeft deze preekstoel tijdelijk daar dienstgedaan. De kerkenraad van de Hervormde gemeente schonk hem aan de Lutherse kerk als zustergemeente.
Oorspronkelijk was het plan een preekstoel uit het pesthuis in Leiden over te nemen, maar de restauratiekosten waren te hoog. De Lutherse kerk wilde bovendien een kleinere preekstoel om de ruimte in het liturgisch centrum te vergroten. De Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) stemde in met de schenking.
Heerenbanken
De kuipopstelling in de voormalige Lutherse kerk is een vereenvoudigde vorm van de karakteristieke massieve kuipopstelling als fenomeen in de 19e eeuw. Het exacte jaar waarin de huidige opstelling van het bankenblok ontstaan is, is onbekend, maar vermoedelijk in het laatste kwart van de 19e eeuw (1875-1900).
Bij de bankenn (heerenbanken) langs de rechtergevel is oud schotwerk tussen de voorste en achterste rij banen aanwezig die qua profilering en vorm van de panelen kunnen dateren uit de bouwtijd van 1618 of 1660. Deze banken zijn mogelijk dus meer dan 400 jaar oud.
Dubbele gevel
Men vond de voorgevel met het in 1861 aangebracht decoratieschema vermoedelijk niet representatief genoeg. Zevenentwintig jaar later wordt in 1888 een volgende vergaande stap gezet met de bouw van een nieuwe voorgevel. De bronnen zijn niet eensluidend wiens ontwerp dit is. Zowel architect W.C. Mulder als H.J. Jesse wordt genoemd.
Na het raadplegen van verschillende bronnen, is de conclusie dat H.J. Jesse de architect is van de voorgevel uit 1855. De nieuwe gevel is los voor de oude gevel geplaatst. De oude gevel uit 1618 is dus grotendeels nog aanwezig achter de nieuwe gevel
Toren
In 1937 werd de toren op de voorgevel vanwege bouwvalligheid gesloopt. De windwijzer, een zwaan, bevindt zich nog in de kerk. In het panddossier bij de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) is o.a. een brief van de Evangelisch Lutherse Gemeente aanwezig, gedateerd op 17 oktober 1936. In deze brief vraagt de kerk de Rijksdienst om advies hoe om te gaan met het torentje en waar eventueel financiële middelen beschikbaar zijn. Dit torentje is in bouwkundig slechte staat en de kerk heeft geen financiële middelen om dit torentje te restaureren of te vervangen. Op deze brief is met potlood in handschrift geschreven ‘Met Ter Kuile besproken. Het torentje is niets57, werk van 1888! Alleen buitenzijde kerk oud, maar vóór het front een nieuwe voorgevel. Inwendig geheel gewijzigd. Voor de toren geen subsidie waard’.